Inzameling gevaarlijk afval in de land- en tuinbouw

In de land- en tuinbouw ontstaat gevaarlijk afval vooral bij het mengen, spuiten en reinigen: resten spuitvloeistof, spoelwater van veldspuiten, oude voorraden gewasbeschermingsmiddelen die niet meer zijn toegelaten, en lege verpakkingen. Ook de bedrijfsvoering op het erf levert olie, oliefilters, accu's, koelmiddelen en verlichting op. Omdat de samenstelling per seizoen verandert, is bronscheiding het uitgangspunt: elk middel gaat in een eigen, afgesloten en gelabelde verpakking.
Spuitvloeistof wordt zo volledig mogelijk op het teeltoppervlak gebracht; een restledingsysteem en in-line-recycling beperken het spoelwater tot een minimum. Wat overblijft gaat apart naar een erkende inzameling en nooit naar het riool, de mestvat of de sloot. Verpakkingen worden driemaal gespoeld, de spoelvloeistof gaat in de tank en de lege verpakking wordt via een erkende route ingeleverd. Oude of verboden voorraden verdwijnen niet op de schoppe: de leverancier of een VIHB-geregistreerde inzamelaar organiseert de terugname.
De voorraad staat in een afgesloten, geventileerde ruimte op lekbakken, gescheiden van kunstmest, diervoeders en zaaizaad, conform PGS 15. Inzameling verloopt per transport met een begeleidingsbrief, afvalstroomnummer en de juiste Euralcode, waarna de ontvanger de LMA-melding doet. Als ontdoener is het bedrijf verantwoordelijk voor de classificatie en bewaart het alle registraties vijf jaar.
Let op: wat een particulier via de milieustraat inlevert, moet een bedrijf via een vergunninghouder afvoeren - ook een loonwerker, tuinbedrijf of kleine kwekerij valt onder de bedrijfsregels. Resten horen niet in de mest of op het land; menging maakt van een keurige stroom in één keer gevaarlijk afval. Controleer per stroom vooraf of de inzamelaar de stof accepteert en leg de routes vast in het Circulair Materialenplan.
Voorbeelden van gevaarlijk afval in de land- en tuinbouw
De belangrijkste stromen die op een bedrijf apart worden ingezameld:
- Resten en afgedankte gewasbeschermingsmiddelen die gevaarlijke stoffen bevatten (02 01 08*)
- Agrochemisch afval zonder gevaarlijke stoffen, zoals kunstmestresten (02 01 09)
- Spoel- en wasvloeistoffen uit spuit- en tankreiniging (07 04 01*)
- Anorganische gewasbeschermingsmiddelen, houtverduurzamingsmiddelen en andere biociden (06 13 01*)
- Vaste afvalstoffen uit de middelbereiding die gevaarlijke stoffen bevatten (07 04 13*)
- Impregneerresten van palen, boeiboorden en kassenbouw (03 02 01* en 03 02 02*)
- Lege verpakkingen met resten van gewasbeschermingsmiddelen (15 01 10*)
- Verontreinigde poetsdoeken, absorptiemateriaal en oliefilters (15 02 02* en 16 01 07*)
- Smeer-, motor- en transmissieolie uit tractoren en kassen (13 02 05* en 13 02 08*)
- Brandstof- en olieresten uit de voorraadtank op het erf (13 07 01* en 13 07 03*)
- Accu's, batterijen en afgedankte apparatuur met gevaarlijke onderdelen (16 06 01* en 16 02 13*)
Praktische hulp nodig?
Vraag via het contactformulier advies aan voor uw specifieke situatie.