Naar hoofdinhoud
Onafhankelijke kennisbank gevaarlijk afval & ADR in NederlandCalamiteit of lekkage? Bekijk de noodprocedure

Opslag & transport

KGA-depots en milieustraten: voorschriften

Depots voor klein gevaarlijk afval vallen onder PGS 15, het Bal en de afvalstoffenregels uit de Wet milieubeheer: overdekte en gecompartmenteerde opslag, een acceptatiereglement en registratieplicht.

Wat is een KGA-depot?

Sorteerbak met batterijen, spaarlampen en toners naast een blauwe inzamelbak, spuitbussen en flessen reinigingsmiddel met GHS-gevarenpictogrammen op een werkblad in een opslagruimte
Illustratiebeeld: een KGA-versamelpunt met gescheiden bakken voor batterijen, lampen, toners en kleine chemicaliën.

Een KGA-depot is de centrale inzamelplaats waar klein gevaarlijk afval (KGA) tijdelijk wordt opgeslagen voordat het naar een inzamelaar of verwerker gaat. Bij gemeenten heeft dit de vorm van het depot op de milieustraat of het afvalbrengstation, waar inwoners en soms ook bedrijven hun KCA kunnen inleveren. Bij bedrijven en inzamelaars gaat het om een eigen verzamelpunt waar stromen zoals verfresten, oplosmiddelen, olie, spuitbussen, accu's en chemicals tot transport worden gebufferd.

In beide gevallen blijft de juridische kern hetzelfde: het depot is een tijdelijke opslag van gevaarlijk afval, en dus geen eindbestemming. De opslag is een milieubelastende activiteit en het afval moet worden afgegeven aan een VIHB-geregistreerde inzamelaar, met begeleidingsbrief en LMA-registratie (vanaf bepaalde hoeveelheden).

Welke regelgeving geldt?

De voornaamste kaders zijn de Wet milieubeheer (hoofdstuk 10), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Omgevingsplan van de gemeente. Voor de technische inrichting van de opslag is PGS 15 het leidende handboek: het beschrijft hoe verpakte gevaarlijke stoffen en afvalstoffen veilig worden opgeslagen, ook als het om kleine dagelijkse hoeveelheden gaat.

Daarnaast spelen het Besluit houders afvalstoffen of de milieubeheerregels voor het inzamelen, de VIHB-plicht voor wie professioneel inzamelt of handelt, en bij transport het ADR. Voor het depot op de milieustraat legt de gemeente als beheerder vaak extra eisen vast in een acceptatiereglement en een interne bedrijfsvoeringsomschrijving.

Inrichting van het depot: de voorschriften

Uit PGS 15 en het Bal volgen in grote lijnen de volgende eisen:

  • Overdekte, geventileerde en afsluitbare opstelling, zodat regen, zon en onbevoegden geen toegang hebben
  • Vloeistofdichte vloer met lekbak of opvangrand; lozingen naar riool of bodem zijn uitgesloten
  • Gescheiden vakken of compartimenten per fractie en per gevarenklasse, met een reactiematrix voor onverenigbare stoffen (bijvoorbeeld zuren en hypochloriet, of oxidatoren en brandbaar afval)
  • Afstand tot scheidingselementen, vluchtdeuren en grenzen aan aangrenzende functies conform PGS 15
  • Brandveiligheid: blusmiddelen binnen handbereik, brandslanghaspel of brandblusser conform het bedrijfsnoodplan, en rookmelding of detectie waar dat op grond van PGS 15 of het omgevingsplan vereist is
  • Duidelijke etikettering van alle vaten, jerrycans en IBC's, met gesloten en geïntegreerde sluitingen
  • Deskundige beheerder en opgeleide medewerkers die weten wat ze mogen aannemen

Acceptatiereglement en maximaal per bezoeker

Milieustraten werken met een acceptatiereglement. Daarin staat welke stromen worden aangenomen, welke maximale hoeveelheid per bezoeker geldt (vaak bijvoorbeeld maximaal 25 kilogram of 5 liter per stof) en welke stoffen geweigerd worden, zoals ongelabelde of onbekende vloeistoffen, asbest en grote bedrijfsafvalhoeveelheden. Bedrijven mogen hun afval in de regel niet bij het gemeentelijke KGA-depot aanbieden; zij vallen onder de KGA-plicht en moeten via een VIHB-geregistreerde inzamelaar afgeven.

Voor het depotpersoneel is het reglement bovendien een werkinstrument: het beschrijft hoe verdachte of onduidelijke aanbiedingen worden beoordeeld, wanneer veiligheidsinformatie wordt gevraagd en wanneer de hulp van de inzamelaar of een adviseur wordt ingeroepen.

Registratie, begeleidingsbrief en veiligheid

Ook bij een depot is de administratie onderdeel van de voorschriften. Elke afgifte aan de inzamelaar gaat met een begeleidingsbrief met afvalstoffenomschrijving, Euralcode, hoeveelheid, ontdoener en vervoerder. Zodra een inrichting jaarlijks meer dan 2.000 kilogram gevaarlijk afval afgeeft of opslaat, bestaat vaak een meldings- of registratieplicht in het LMA; controleer de actuele drempels bij de omgevingsdienst.

Voor de veiligheid hoort bij elk depot een intern noodplan: wat te doen bij lekkage, brand of blootstelling, waar de spill kit en oogspoelvoorziening staan en wie er alarm slaat. Medewerkers worden periodiek geïnstrueerd en het depot wordt regelmatig gecontroleerd op volheid, etiketten, lekbakken en staat van de emballage.

Verschil milieustraat en bedrijfsdepot

Het grootste verschil zit in de afvalhoek van de aanbieder. De milieustraat neemt gratis huishoudelijk KCA in tot een maximum per bezoeker, vaak tegenovertoon van een milieupas of adrescontrole. Een bedrijfsdepot of het depot van een inzamelaar neemt gevaarlijk afval van bedrijven tegen betaling, met volledige ketendocumentatie: begeleidingsbrief, LMA-melding en VIHB-geregistreerde afgever en ontvanger.

Voor beide vormen geldt dezelfde bodem: de opslag moet voldoen aan PGS 15 en het Bal, het afval mag niet worden gemengd of weggesleept in de reststroom, en het depot blijft onder de verantwoordelijkheid van de houder totdat een erkende inzamelaar het overneemt.

Praktische hulp nodig?

Vraag via het contactformulier advies aan voor uw specifieke situatie.